Ruimte in examenprogramma's

VO-scholen hebben meer ruimte gekregen om hun onderwijsprogramma’s beter af te stemmen op de behoeften van leerlingen, de school en/of de regio. Dit is mogelijk gemaakt door verandering in wet- en regelgeving, de ontwikkeling van bredere examenprogramma’s en door het globaliseren van de examenprogramma’s. Welke mogelijkheden hebben vmbo-scholen hierdoor gekregen? 



Kies je kernvraag:
  1. Welke beroepsgerichte examenprogramma's zijn er in het vmbo?
    Antwoord:

    Het vmbo kent in totaal 33 beroepsgerichte programma’s. Het programma-aanbod bestaat uit smalle afdelingsprogramma’s, bredere intrasectorale en sectoroverstijgende – intersectorale - programma’s. Deze laatste – relatief nieuwe - intersectorale programma’s zijn ICT-leerroute, Sport, dienstverlening en veiligheid, Technologie in de gemengde leerweg en Intersectoraal. De vmbo-examenprogramma’s zijn te vinden op www.examenblad.nl, met uitzondering van de vmbo-programma’s ‘groen’. Deze zijn te vinden op www.cevo.nl.

     

    Links:

    De reguliere vmbo-examenprogramma’s zijn te vinden opwww.examenblad.nl (ook bekend onder de naam www.eindexamen.nl).De vmbo-examenprogramma’s ‘groen’ zijn te vinden op www.cevo.nl.

    print
  2. Wat zijn de verschillen tussen de oude examenprogramma's en de geglobaliseerde examenprogramma's?
    Antwoord:

    Een oud examenprogramma was opgebouwd uit exameneenheden, die allemaal waren onderverdeeld in meerdere eindtermen.Per leerweg was aangeven welke exameneenheden in het CE werden getoetst.De examenprogramma’s die vanaf 1 augustus 2007 gelden zijn globaler geformuleerd. Een exameneenheid bestaat in de meeste gevallen nog maar uit één eindterm, waarin de inhoud van de betreffende exameneenheid is samengevat.Een examenprogramma beslaat nu vaak niet meer dan een paar pagina’s. De inhouden van de geglobaliseerde programma’s zijn vrijwel gelijk aan de inhouden van de oude programma’s.

    Voor het CE is per vak of programma een syllabus opgesteld, waarin de eindtermen per exameneenheid in detail zijn beschreven. Er staat exact omschreven over welke exameneenheden en eindtermen het centraal examen in de komende jaren zal gaan. De syllabus vormt de basis voor het CE en is daarmee wel “verplichtend”. Voor het schoolexamen is door de SLO per vak en programma een handreiking geschreven, waarin de mogelijkheden worden beschreven, die de school heeft bij de eigen invulling. De handreiking is niet verplichtend. De school heeft meer vrijheden bij de invulling van het schoolexamen.

     

    Links:

    De geglobaliseerde examenprogramma’s en syllabi zijn te vinden op: www.examenblad.nl
    De handreikingen zijn te vinden op: www.slo.nl bij ‘Informatie over …’ en ‘vmbo’


    De examenprogramma’s en conceptsyllabi voor vmbo-groen zijn te vinden op de website van de CEVO (www.cevo.nl).
    Voor deze programma’s zijn nog geen handreikingen beschikbaar.
     

    print
  3. Welke ruimte hebben wij voor de invulling van ons schoolexamen?
    Antwoord:

    De exameneenheden van de schoolexamens zijn globaal geformuleerd. Dit biedt scholen veel mogelijkheden tot maatwerk voor de leerlingen, voor de school en de eigen regio. Scholen kunnen zelf bepalen hoeveel tijd zij besteden aan een onderwerp binnen een exameneenheid. Men kan daardoor bij een vak tijd besparen. De vrijkomende tijd kan de school gebruiken om exameneenheden van andere programma’s of onderdelen die de school zelf heeft ontwikkeld in samenwerking met de regio aan te bieden. Deze tijd kan ook gestoken worden in extra begeleiding voor leerlingen met een leerachterstand.
    Scholen kunnen een exameneenheid bovendien inkleuren vanuit een bepaalde visie of identiteit, bijvoorbeeld als cultuurschool of sportschool. Of een regionale inkleuring geven, bijvoorbeeld de programma’s Handel & administratie of Intersectoraal meer invullen vanuit de wensen  van de toeristische sector in de regio.

     

    Links:

    De SLO heeft handreikingen voor verschillende vakken en programma’s ontwikkeld en heeft daarbij een nieuwsbrief geschreven over de nieuwe mogelijkheden van de globaal geformuleerde schoolexamens: http://www.slo.nl
     

    Voor de geglobaliseerde examenprogramma’s: www.examenblad.nl
     

    Voor de examenprogramma’s van vmbo groen: www.cevo.nl
     

    print
  4. Welke mogelijkheden bieden de geglobaliseerde programma's voor integratie van avo en beroepsgerichte vakken?
    Antwoord:

    Zowel de programma’s van avo-vakken als de beroepsgerichte vakken zijn geglobaliseerd. De onderwerpen in het schoolexamendeel van de avo-vakken kunnen nu meer ingekleurd worden door relevante kennis en vaardigheden uit de beroepspraktijk. Zo kan de ontwikkeling van kinderen ook bekeken worden vanuit het werken in een kinderdagverblijf.
    Onderdelen van spreekvaardigheid van Nederland kunnen ook geoefend worden bij de presentaties van gemaakte opdrachten door leerlingen tijdens de beroepsgerichte uren.
    Scholen zijn vrij in de wijze van de beoordeling van het SE. Het hoeft niet altijd een schriftelijke toets te zijn. Keuzes voor andere beoordelingsvormen, zoals het maken van verslagen of het geven van een presentatie over een bepaald onderwerp kunnen sneller leiden tot integratie van avo- en beroepsgericht, bijvoorbeeld een presentatie over het bezoek aan verzorgingstehuis of kinderdagverblijf (afdeling Verzorging) of het belang van een goede houding bij tillen van cliënten (biologie).
    Scholen moeten bij integratie van vakken wel duidelijk aangeven welk onderdeel van de toetsing meetelt bij welk vak.Dit geldt zeker voor de avo-vakken, die als zelfstandig vak binnen de examenregeling zijn opgenomen en waarbij in het PTA ook concreet moet worden aangegeven hoe het SE-cijfer tot stand gekomen is.

     

    Links:

    De SLO heeft een notitie geschreven over mogelijkheden van integratie van de belangrijkste sectorvakken: http://www.slo.nl.

    print
  5. Welke mogelijkheden bieden de geglobaliseerde programma's voor de invulling van de stage en buitenschools leren?
    Antwoord:

    De school bepaalt bij reguliere stages zelf de omvang van de stage. Zelfs de beperking van de maximale omvang van 60 lesuren in het derde leerjaar is uit het inrichtingsbesluit geschrapt. Scholen hebben zo meer mogelijkheden om binnen- en buitenschools leren in het derde leerjaar te combineren.Alleen bij de leerwerktrajecten en de niveau 1 mbo-opleidingen binnen het vmbo zijn er eisen voor de omvang van de stages of beroepspraktijkvorming. De inhoud van de stage was altijd al vrij, mits vastgelegd in een stageovereenkomst. Scholen zijn nu vrijer om onderdelen van het beroepsgerichte programma, bijvoorbeeld door middel van een stage of andere vormen van buitenschools leren een meer regionale inkleuring te geven.

     

    Links:

    In het besluit van 17 februari 2007 (Staatsblad  2007, nr. 94) is bij Wijziging Inrichtingsbesluit(blz. 4) het nieuwe aantal uren stage in het derde leerjaar
    vmbo vastgesteld. http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvh57glijc7x5_n11vga3db3c9od5/vhrlczd6ctsg/f=/stb2007-94.pdf
     

    Voor de uren stage en bpv voor leerwerktrajecten en niveau 1-opleidingen mbo zie onderdeel Onderwijsvormgeving-Stage bij: http://watmoetenwatmag.adviesgroepvmbo.nl
     

    De stage in het vmbo is geregeld via artikel 31 tot en met 36 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Zie www.wetten.nl. 
     

    print
  6. Op welke wijze wordt de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd?
    Antwoord:

    Schoolleiders zijn verantwoordelijk voor de schoolexamens en de afname van de centrale examens. De inhoud en regeling van het schoolexamen moet beschreven worden in het Programma voor Toetsing en Afsluiting (PTA) en in het examenreglement van de school. Er is echter geen wet- of regelgeving die scholen verplicht een kwaliteitsbeleid te hebben voor de schoolexamens. De inspectie hecht in haar toezichtfunctie wel steeds meer waarde aan goed ontwikkelde en georganiseerde schoolexamens. In de kwaliteitsagenda ‘Afspraken voor een beter voortgezet onderwijs 2008-2011’ hebben de VO-raad en het ministerie van OCW een aantal beleidsprioriteiten gesteld, waaronder ‘goede en betrouwbare examens’.
    De bewaking van de kwaliteit van de (school)examens speelt ook een rol bij de samenwerkingsconstructies vmbo-mbo, die nu mogelijk zijn. Zowel bij de invoering van niveau 1 als van niveau 2 mbo-opleidingen binnen het vmbo blijft het mbo voorlopig zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling en kwaliteit van de examens en examinering. Het spreekt vanzelf dat ook bij andere samenwerkingsconstructies, die leiden tot vrijstellingen of verkorte leertrajecten, het mbo duidelijke eisen zal stellen aan de toetsing en beoordeling van de leerlingen op de betreffende onderdelen van de opleiding.
    Eén van de middelen om de kwaliteit van de schoolexamens te bevorderen is het betrekken van vervolgonderwijs en bedrijfsleven bij de toetsing en beoordeling van relevante onderdelen van het schoolexamen.

     

    Meer informatie:

    De LPC hebben in 2004 een scan voor het schoolexamen ontwikkeld. De scan is een instrument voor schoolmanagers om het proces van examinering of delen daarvan binnen de school kritisch te bekijken. De scan focust vooral op het beleids- en procesniveau van schoolexamens. U kunt de scan hier downloaden

     

    Links:

    Enkele organisaties hebben materialen of instrumenten ontwikkeld, die gebruikt kunnen worden om de kwaliteit van de schoolexamens te verhogen.


    De VO-raad heeft protocollen voor het centraal examen en checklisten voor het schoolexamen opgesteld die als handvat kunnen dienen bij de bewaking van de kwaliteit. Van checklisten voor het Examenreglement of PTA tot en met het protocol “Ziek of onpasselijk worden tijdens een centraal examen’. http://www.vo-raad.nl/onderwijskwaliteit/Schoolontwikkelinginnovatie/Examens/protocollen-en-checklisten


    Ook het Cito heeft een instrument ontwikkeld om zelf de kwaliteit van de schoolexamens te onderzoeken. http://www.cito.nl/pend/vo_exo/eind_fr.htm
     

    Afspraken voor een beter voortgezet onderwijs 2008-2011.

    In deze kwaliteitsagenda hebben de VO-raad en het ministerie van OCW beleidsprioriteiten gesteld, waaronder ‘goede en betrouwbare examens’.
    http://www.minocw.nl/documenten/49542a.pdf
     

    print
  7. Is het nog steeds verplicht om twee sectorvakken aan te bieden?
    Antwoord:

    Voor elke sector zijn twee sectorvakken vastgesteld, die centraal geëxamineerd worden. In de reactie van de minister op het advies van de Adviesgroep vmbo heeft de minister toegezegd actie te zullen ondernemen om te komen tot één verplicht sectorvak. Daartoe moet de Wet op het Voortgezet Onderwijs worden gewijzigd. De verwachting is dat dit in de loop van het schooljaar 2008-2009 zal gebeuren. De beperking tot één verplicht sectorvak geldt dan pas voor die leerlingen die in het schooljaar 2009-2010 starten in het derde leerjaar van het vmbo.
    Het huidige tweede sectorvak wordt dan een keuzevak, waardoor de scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijsaanbod aan te passen aan de wensen van de leerlingen of van hun omgeving.

     

    Links:

    Reactie minister op adviesgroep vmbo:http://www.minocw.nl/documenten/39171.pdf
     

    Gebruikt bronmateriaal:

    WVO: artikel 10 en 10b.

    print