Kies je kernvraag:
  1. Welke regelgeving bestaat er voor de samenwerking (beroeps)onderwijs en bedrijfsleven?
    Antwoord:

    Er bestaat op dit moment geen speciale regelgeving voor de samenwerking (beroeps)onderwijs en bedrijfsleven. Het dichtst bij komt het in 2003 afgesloten Convenant ‘Samenwerking ten behoeve van Innovatie in het beroepsonderwijs’ tussen OCW, Hét Platform Beroepsonderwijs en de Stichting van de Arbeid. Doel van dit convenant is het bevorderen van activiteiten en het versterken van de relatie tussen onderwijsinstellingen en het regionale of sectorale bedrijfsleven. Verder wordt in andere wet- en regelgeving op deelaspecten aandacht besteed aan de samenwerking onderwijs en bedrijfsleven. Een voorbeeld daarvan is de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), waarin o.a. artikelen rond beroepspraktijkvorming in het mbo, de samenwerking onderwijs en bedrijfsleven bij de vormgeving van het beroepsonderwijs en de rol van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven zijn opgenomen.

     

    Links:

    www.minocw.nl
    Op deze website van het ministerie van OCW vindt u alle informatie over het onderwijs: het onderwijsstelsel, de rol van OCW, de wet- en regelgeving en feiten en cijfers rond onderwijs. Bij het thema beroepsonderwijs kunt u o.a. informatie vinden over de strategische agenda, de niveaus van het mbo, de opzet van mbo-opleidingen, kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en vele andere zaken. De website heeft een zoeksysteem voor documenten, zoals nieuwsberichten, toespraken, publicaties, kamerstukken en beleidsonderzoeken.

    www.overheid.nl en www.overheidsloket.nl
    De website www.overheid.nl kondigt zichzelf aan als ‘de wegwijzer naar informatie en alle diensten van alle overheden’. U kunt zoeken op gemeente, provincie of rijksoverheid, maar ook op thema, waaronder ‘onderwijs’ waarna u toegang heeft tot een schat aan informatie over o.a. schoolsoorten, subsidies, inspectie etc. etc. www.overheidsloket.nl is onderdeel van de eerste website.

    De tekst van het Convenant ‘Samenwerking ten behoeve van Innovatie in het beroepsonderwijs” is op deze site te vinden door te zoeken op de trefwoorden ‘leerwerktrajecten vmbo’. Ook de complete tekst van de WEB is hier te vinden.
     

     

     

    print
  2. Welke regelgeving bestaat er voor de samenwerking vmbo- mbo?
    Antwoord:

    Op dit moment zijn enkele manieren van samenwerken van vmbo en mbo actueel:

    Aanbieden van een assistentopleiding (incl. AKA) in het vmbo
    Vmbo-scholen kunnen een assistentopleiding niveau 1 mbo (incl. AKA) aanbieden op voorwaarde dat zij een samenwerkingsovereenkomst afsluiten met het mbo.

    Het uitbesteden van vmbo-leerlingen aan het mbo (incl. VAVO)
    Het is mogelijk om leerlingen – die om moverende redenen hun opleiding niet op het vmbo kunnen voltooien – uit te besteden aan het mbo of het VAVO.

    Uitvoeren van pilots vmbo – mbo 2
    Vmbo-scholen kunnen een aanvraag doen voor het uitvoeren van een pilot vmbo-mbo2. Leerlingen volgen dan een doorlopend traject tot en met het diploma mbo niveau 2.

    Convenanten Voortijdig School Verlaten
    Om het aantal leerlingen dat zonder startkwalificatie van school gaat te verminderen sluit het ministerie van OCW convenanten af met scholingsinstellingen en andere samenwerkings-partners in de regio.

    Alle regelingen zijn te vinden op de website van het Cfi.

     

    Links:

    www.minocw.nl
    Op de website van het ministerie van OCW kunt u de notitie ‘Nog meer ruimte voor samenwerking VO-BVE” downloaden:  http://www.minocw.nl/documenten/nog_meer_ruimte_samenwerking_vo_bve.pdf

    www.cfi.nl
    De tekst van de tijdelijke beleidsmaatregel assistentenopleiding in het vmbo kunt u vinden op : http://www.cfi.nl/Public/CFI-online/Images/312178_tcm2-20292.pdf

    Alle informatie over de Convenanten Voortijdig Schoolverlaten kunt u vinden op de site: www.voortijdigschoolverlaten.nl
     

    print
  3. Wat is het lokale jeugdbeleid van mijn gemeente?
    Antwoord:

    Gemeenten hebben tot taak te komen tot een doelmatig en integraal jeugdbeleid. De lokale overheid krijgt daarin steeds meer een sturende rol. Belangrijk hierbij is dat het aanbod van voorzieningen voor jeugdigen op lokaal niveau goed op elkaar afgestemd is en dat goed wordt samengewerkt. Daarnaast hebben gemeenten in 2005 een vijftal taken gekregen ten aanzien van de jeugdzorg:

    • Informatie en advies
    • Signalering
    • Toeleiding naar hulp
    • Licht pedagogische hulp
    • Coördinatie van zorg

    Ten aanzien van de jeugdzorg dient de gemeente ook goede afspraken te maken met de provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg.

    Alle scholen hebben tegenwoordig een Zorgadviesteam (ZAT) en werken daarbij intensief samen met de gemeente. Veel scholen zijn bezig de effectiviteit van het werken van die teams te vergroten.

    Aan het einde van deze kabinetsperiode, in 2011, moeten alle gemeenten beschikken over een Centrum Jeugd en gezin, dat alle hulpverlening aan probleemkinderen gaat regelen.

    Per 1 augustus 2007 is de kwalificatieplicht voor jongeren tot 18 jaar van kracht. Deze kwalificatieplicht geldt voor jongeren die:
    nog geen achttien jaar zijn;

    • Nog geen startkwalificatie hebben behaald; en
    • De volledige leerplicht achter de rug hebben.

    Maatregelen die worden genomen in het kader van deze regeling zijn:

    • Scholen ontvangen extra gelden via lumpsum.
    • Er komt 1 loket bij de IB-groep voor registratie.
    • De inspectie analyseert lokale aanpakken voor het voorkomen van spijbelen.


    Samenwerkingsverbanden tussen scholen in een gemeente of daarbuiten zijn samen verantwoordelijk voor de gezamenlijke voorzieningen in de zorgstructuur. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om rebound-voorzieningen, OPDC’s of ondersteuning bij indicaties voor regionale verwijzingscommissies.

    Voor een preventieve aanpak van schooluitval en het omgaan met zorgleerlingen is het pedagogische klimaat in de school van groot belang. Het gaat daarbij vooral om het pedagogisch handelen in het primaire proces.
    De afstemming tussen het primaire proces, de zorgstructuur binnen de school en daarbuiten is daarnaast van groot belang voor het bieden van goede zorg voor de leerling.

    Schoolbesturen krijgen de verantwoordelijkheid om voor al hun leerlingen een passend onderwijsaanbod te formuleren: voor elk kind een passende plek in het onderwijs. Scholen gaan daartoe samenwerken in zogenaamde regionale netwerken.
     

    Links:

    http://www.zios.nl/
    Deze site is een  loket voor informatie over de jeugdzorg en de partners die daarin een rol spelen.
    In 2007 hebben alle scholen voor primair, voortgezet en middelbaar beroeps-onderwijs een Zorgadviesteam, kortweg ZAT. Jongeren krijgen daarmee een vangnet binnen hun eigen vertrouwde schoolomgeving. 

    http://www.zorgvoorjeugd.nu/
    Hier vindt u informatie over hoe Brabantse gemeenten beleid voeren om problemen van jeugdigen van 0 tot 23 jaar tijdig te signaleren en hoe ze daar passende zorg op bieden.

    http://www.leerplicht.net
    Op deze site vindt u alle informatie over de leerplichtwet.

    www.passendonderwijs.nl
    De organisatie Passend Onderwijs heeft tot doel regionaal ontwikkelingen in het land te begeleiden, te ondersteunen en te coördineren. Op vele plaatsen en in vele regio's wordt al gewerkt aan de realisering van passend onderwijs. Besturen, samenwerkingsverbanden, gemeenten, instellingen voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg zijn met elkaar in gesprek. In een aantal gevallen wordt er ook al daadwerkelijk gewerkt aan passend onderwijs. Samenvattende beschrijvingen van al die activiteiten vindt u onder de kop ‘Uit de praktijk’.
    De meest actuele stand van zaken rond de ontwikkeling van passend onderwijs is te vinden in de kop ‘Volgsysteem’.
     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Brochure Opvoed- en opgroeiondersteuning November 2004 Ministerie VWS.
    Brochure kansen voor kinderen. Programma ministerie Jeugd en Gezin 2007-2011.

    print
  4. Waar vind ik gegevens over de populatie in mijn voedingsgebied?
    Antwoord:

    Uw gemeente beschikt over prognoses van leerlingenaantallen. Deze gegevens hebben zij nodig in het kader van hun rol in de onderwijshuisvesting.

    Het kan zijn dat uw school zich in een krimpgemeente bevindt. In dat geval is het goed om na te gaan of uw gemeente daar beleid op voert.

    Veel gemeentes hebben ook meer algemene gegevens over hun inwoners. Deze gegevens zijn in meer of mindere mate in detail uitgewerkt. Per wijk of per dorp, per leeftijdscategorie. Soms geeft de gemeente ook informatie over arbeidsplaatsen.

     

    Tips:

    Zoek altijd contact met uw gemeente over prognoses. Geven de demografische ontwikkelingen aanleiding tot samenwerking met andere scholen, horizontaal dan wel verticaal? Het is zinvol deze vraag bij het formuleren van uw ambitie mee te nemen.

     

    Links:

    http://www.cbsinuwbuurt.nl
    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft tot taak het verzamelen en bewerken van gegevens met als doel het publiceren van statistieken ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap.
    Op deze site van het CBS vindt u basisgegevens van uw gemeente. CBS is ook een rijke bron voor gegevens over de provincie.

    www.cfi.nl
    CFI is een uitvoeringsorganisatie en specifiek belast met twee taken:
        1.  Bekostiging van onderwijsinstellingen.
        2.  Informatievoorziening.
    CFI is verantwoordelijk voor de rechtmatige en doelmatige toedeling van financiële middelen aan de door de overheid bekostigde instellingen voor onderwijs, onderzoek en verzorging. Daarmee is jaarlijks ruim twintig miljard euro gemoeid voor ongeveer 9000 instellingen op het terrein van onderwijs, cultuur en wetenschap.
    http://oic.cfi.nl/pages/aanmelden/?ReturnUrl=%2fDefault.aspx
    Via deze site zijn van alle scholen in Nederland - per brinnummer  - leerlingaantallen per jaar, per leerjaar en leerweg te vinden. Ook uitsplitsingen per geslacht zijn mogelijk. Trendcijfers worden zo zichtbaar zonder dat ze een prognose zijn.

    http://www.incijfers.nl/
    Op deze site vindt u van een aantal gemeenten demografische gegevens.  

    print
  5. Wat zijn de globale ontwikkelingen en trends op de regionale arbeidsmarkt die van belang zijn voor mijn school?
    Antwoord:

    De perspectieven op de arbeidsmarkt zijn erg conjunctuurgebonden. Ook verschillen zij per regio. Daarom is er ook geen eenduidig antwoord te geven op deze vraag.
     
    Krimp en groei
    In het algemeen vertoont de werkgelegenheid in de landbouw en visserij en in veel industriesectoren een structureel neerwaartse trend in samenhang met de ontwikkeling van de diensteneconomie. Door de  opgaande conjunctuur zal de werkgelegenheid in veel sectoren de komende jaren stijgen, met uitzondering van de landbouw en visserij en de overige industrie (o.a. textiel, papier). Met name in de sectoren bouw en onroerend goed en metaal en elektrotechniek heeft de aantrekkende conjunctuur een positieve invloed op de verwachte werkgelegenheidsontwikkeling. Voor een aantal overheidssectoren is de verwachte werkgelegenheidsgroei weliswaar positief, maar lager dan de groei gedurende de laatste jaren.

    Vergrijzing en vervanging
    Ook de vraag naar de invloed van vergrijzing en vervanging in een specifieke regio valt niet eenduidig te beantwoorden. Wel zijn er landelijke ontwikkelingen: onder andere vanwege de vergrijzing is de vervangingsvraag het hoogst voor de agrarische beroepen en de technische en industrieberoepen, en het laagst voor de informaticaberoepen. Bij de vervangingsvraag naar opleidingsniveau  wordt de relatief grootste vervangingsvraagbehoefte verwacht voor de ongeschoolden en de lager opgeleiden. Deze vervangingsvraag ontstaat niet alleen door de uittrede van ouderen, maar vooral ook door de voortijdig schoolverlaters die alsnog een diploma halen terwijl ze werken. Door te investeren in scholing stromen ze door op de arbeidsmarkt en ontstaat er nieuwe vervangingsvraag aan de onderkant.

    Trends
    De website ‘Kans op werk’ laat per kenniscentrum zien welke ontwikkelingen zij signaleren op de arbeidsmarkt. De trends zijn gebaseerd op de meest recente arbeidsmarktonderzoeken. Ook de Rabobank laat in ‘Cijfers en trends’ ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zien in tachtig branches.
    Voor actuele informatie kunt u zich wenden tot de onderstaande websites.


    Links:

    Regionale platforms arbeidsmarkt: www.regionaalplatform.nl
    Homepage van de regionale platforms arbeidsmarkt. Deze pagina biedt  een doorlinkmogelijkheid naar de websites van alle 22 regio’s. Op de regionale sites o.a. informatie over de arbeidsmarkt en samenwerkingsprojecten onderwijs – bedrijfsleven. Informatie kan gezocht worden door op sector (branche), thema en/of doelgroep te selecteren. Thema’s zijn  bijvoorbeeld: arbeidsmarkt, (jeugd)werkloosheid, opleidingen en projecten.

    Kamers van Koophandel: www.kvk.nl
    Landelijke homepage van de Kamer van Koophandel. Hierop informatie over de thema’s: bedrijf starten, overdracht en overname, internationale handel, wetten en regels, handelsregister, branche-informatie en ondernemen in uw regio. De twee laatste items zijn voor dit doel het meest relevant.
    Branche-informatie: per branche informatie over brancheorganisaties, opleidingen, vakbladen en cijfers (aantal vestigingen, starters, opheffingen, groei omzet en groei werkgelegenheid). Bij ‘ondernemen in uw regio’ kan door het intypen van  de eigen postcode o.a. informatie opgevraagd worden over het ondernemersklimaat en cijfers over de economische ontwikkeling. Er zijn o.a. cijfers beschikbaar over werkgelegenheid en verwachtingen voor het volgende jaar. De cijfers van de regio kunnen worden vergeleken met de landelijke cijfers.

    Rabobank Cijfers en trends: www.rabobank.nl/bedrijven
    De cijfers en trends van tachtig branches in het Nederlandse bedrijfsleven. Periodiek wordt de informatie geactualiseerd. Naast cijfers en trends ook kansen, bedreigingen en het brancheperspectief.

    MKB Nederland: www.mkb.nl

    MKB-Nederland is de werkgeversorganisatie van brancheorganisaties en regionale ondernemersverenigingen in het midden- en kleinbedrijf. De vereniging heeft als doel het creëren van een gunstig ondernemersklimaat. Haar activiteiten zijn gericht op het aantrekkelijker maken van het zelfstandig ondernemerschap. MKB-Nederland probeert dit doel te bereiken met belangenbehartiging en dienstverlening.

    Samenwerkende kenniscentra: www.colo.nl
    Site van de samenwerkende Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Op deze site o.a. informatie over de opbouw van het beroepsonderwijs (vmbo mbo), de kwalificatiestructuur en  praktijkleren. Bij de algemene informatie staan steeds links voor meer informatie. Op de site is een apart thema ‘Arbeidsmarkt informatie’. Hier is onder meer de Colo-Barometer te vinden van het huidige, maar ook van de voorafgaande jaren met informatie over de stagemarkt. Ook zijn hier de jaarlijkse rapporten van de branches te vinden over de situatie op de arbeidsmarkt.

    Kans op werk:www.kansopwerk.nl en www.kansopstage.nl
    Beide sites geven een beeld van de toekomstmogelijkheden voor mbo’ers in de verschillende branches op stage en werk. Ook valt per  kenniscentrum te lezen welke ontwikkelingen zij signaleren op de arbeids- en stagemarkt. De trends zijn gebaseerd op de meest recente arbeidsmarktonderzoeken.
     

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Publicatie: De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2010, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt 2005 (PDF)

    http://www.roa.unimaas.nl/pdf%20publications/2005/ROA-R-2005-9.pdf

    print
  6. Welke mogelijkheden zijn er voor flexibilisering van de centrale examens?
    Antwoord:

    Vanuit het onderwijsveld VO kwam de wens om de centrale examens (CE’s) te gaan flexibiliseren. Om dit te onderzoeken is in 2005-2006 met 11 scholen een pilot ‘Meerdere examenmomenten’ gestart. De pilot is bedoeld voor scholen voor vmbo-t, havo en vwo.

    Binnen de pilot zijn er in het laatste leerjaar (leerjaar 4) drie tijdvakken voor de CE’s: januari, mei en als laatste augustus, aansluitend op het laatste leerjaar. Binnen deze examenreeks mag een kandidaat in elk vak een tweede keer examen doen. De huidige uitslagregeling blijft in de pilot gehandhaafd. De pilot loopt tot augustus 2010 en conclusies over landelijke invoering worden pas getrokken na dit onderzoek.


    Vmbo-scholen hebben bij de cspe’s van de beroepsgerichte programma’s voor alle leerwegen al ruimte om de examens over een langere periode (vaak eind maart tot aan de start van het CE van de avo-vakken) aan te bieden.


    De digitalisering van de examens geeft scholen ook meer vrijheid  in hun eigen planning en toetsvormen van de centrale examens.


    Een ander alternatief voor scholen is het aanbieden van de mogelijkheid om reeds in het voorlaatste leerjaar (3-vmbo) examen te doen in een aantal vakken. Niet alle examenvakken van een opleiding mogen in dat jaar worden afgesloten.


    Tenslotte zijn de ce’s flexibeler geworden doordat leerlingen door een wijziging van het Eindexamenbesluit vanaf schooljaar 2008-2009 ook een examenvak op een hoger niveau kunnen afleggen.

     

    Links:

    Informatie over de pilot ‘Meerdere examenmomenten’ is te vinden op: http://www.minocw.nl/documenten/pilot-meerdere-examenmomenten.pdf


    De mogelijkheid om examen te doen in het voorlaatste leerjaar is geregeld in het Besluit van 17 februari 2007, gepubliceerd in het Staatsblad, nr. 94.: http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvh57glijc7x5_n11vga3db3c9od5/vhrlczd6ctsg/f=/stb2007-94.pdf

     

    Een verslag over het besluit tot het afleggen van een centraal examen op een hoger niveau is te vinden op de website van OCW: http://www.minocw.nl/documenten/13413a_1.pdf


    Informatie over beleid rond gebruik van computers bij examens is te vinden op: www.cevo.nl  bij brochures of op: http://www.cito.nl/vo/ce/compex/introductie/eind_fr.htm
     

     

    print
  7. Welke beroepsgerichte examenprogramma's zijn er in het vmbo?
    Antwoord:

    Het vmbo kent in totaal 33 beroepsgerichte programma’s. Het programma-aanbod bestaat uit smalle afdelingsprogramma’s, bredere intrasectorale en sectoroverstijgende – intersectorale - programma’s. Deze laatste – relatief nieuwe - intersectorale programma’s zijn ICT-leerroute, Sport, dienstverlening en veiligheid, Technologie in de gemengde leerweg en Intersectoraal. De vmbo-examenprogramma’s zijn te vinden op www.examenblad.nl, met uitzondering van de vmbo-programma’s ‘groen’. Deze zijn te vinden op www.cevo.nl.

     

    Links:

    De reguliere vmbo-examenprogramma’s zijn te vinden opwww.examenblad.nl (ook bekend onder de naam www.eindexamen.nl).De vmbo-examenprogramma’s ‘groen’ zijn te vinden op www.cevo.nl.

    print
  8. Wat zijn opvallende verschillen tussen het nieuwe RPO en het oude RA?
    Antwoord:
    • Een RPO geldt voor alle schoolsoorten: vbo, mavo, havo,vwo, pro.  Dit in tegenstelling tot een regionaal arrangement dat alleen gericht was op het v(m)bo.
    • Een school met vmbo basis- en kaderberoepsgericht onderwijs krijgt een vbo-licentie. Dat betekent dat het onderwijsaanbod zonder RPO uitgebreid mag worden met andere (bv. intra- en intersectorale) vmbo- programma`s. De school dient echter altijd te voldoen aan de wettelijke- en inhoudelijke kaders en randvoorwaarden, zoals eisen ten aanzien van bepaalde sectorvakken en het centraal examen.
    • Een RPO moet voor 1 november van een kalenderjaar worden aangevraagd. De uitvoering van aangevraagde onderwerpen binnen een toegekend RPO gaat in per 1 augustus van het volgende kalenderjaar.
    • Er geldt een wettelijke verplichting om te overleggen met samenwerkingspartners. Dit dienen in ieder geval te zijn: het  vervolgonderwijs, het bedrijfsleven, de gemeente(n) en de provincie. De gemeente(n) krijgen hierbij een belangrijke rol om op overeenstemming gericht overleg te voeren over een concept RPO. De formele adviesfunctie van de provincie verdwijnt.
    • Een RPO duurt 5 jaar. Uiterlijk na 5 jaar vindt opnieuw overleg plaats.  Nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt. Oude afspraken moeten tevens worden herbevestigd.
    • De grens van een regio wordt bepaald door de betreffende gemeentegrens(zen). Eén gemeente is dus de kleinste regio. In een RA kon een regio de grens zelf nog aangeven.
    • Minimaal 65% van het aantal bevoegde gezagen en minimaal  twee VO-besturen moeten een RPO ondersteunen. Zij dienen verder samen minimaal 60% van het aantal leerlingen in de regio te omvatten. Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan kan een ander bestuur een besluit van een RPO tegenhouden (= hindermacht) bij 10 % verlies aan leerlingen van een bepaalde vestiging.

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief oudere regelingen.  U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO: VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008. Vervolgens kunt u tevens het “Aanvraagformulier en de toelichting voor een voorziening i.h.k.v. een Regionaal Plan  Onderwijsvoorzieningen” (bijlage 6) downloaden.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.

    print
  9. Wat is de rol van de gemeente op het gebied van onderwijshuisvesting?
    Antwoord:

    In 1997 is de onderwijshuisvesting van scholen voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs gedecentraliseerd van het Rijk naar de gemeenten. Vanaf dat jaar ontvangen gemeenten in het Gemeentefonds jaarlijks 1,29 miljard euro om de zorgplicht voor hun schoolgebouwen goed te regelen. Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om te voorzien in adequate huisvesting voor het primair en voortgezet en speciaal onderwijs, op basis van de verordening voorzieningen onderwijshuisvesting. De wet- en regelgeving die hiervoor is opgesteld bepaalt zeer nauwkeurig op welke wijze de gemeente haar zorgplicht in verordeningen en procedures moet vastleggen. Veel gemeenten zien de modelverordening 'voorzieningen huisvesting onderwijs' (model-VVHO) als belangrijk houvast. De wet- en regelgeving biedt echter ook een ‘ontsnappingsclausule’. Het is namelijk mogelijk om de verordening terzijde te schuiven wanneer gemeente en schoolbestuur een overeenkomst sluiten: de zogenaamde
    doordecentralisering.
    Met een integraal huisvestingsplan, een convenant en een decentralisatie- of budgetovereenkomst voor meerdere jaren kunnen bindende afspraken worden gemaakt. Op deze wijze kan, ook in een breder gemeentelijk accommodatiebeleid, een meerjarige visie worden opgesteld.

    Er bestaat een handreiking ‘Decentralisatie door doordecentralisatie’, een handreiking voor doordecentralisatie van onderwijshuisvesting in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs, Den Haag (VNG) 1997. De handreiking geeft concreet aan welke mogelijkheden er zijn voor gemeenten en schoolbesturen.
     

    Links:

    Vereniging Nederlandse Gemeenten http://www.vng.nl/smartsite.dws?id=57431
    De VNG is een belangenbehartiger van alle gemeenten bij andere overheden. Tweede Kamer, Kabinet en maatschappelijke organisaties zijn belangrijke gesprekspartners. Zij adviseert aan alle leden over actuele ontwikkelingen.
    Onder het kopje onderwijshuisvesting op deze site vindt u veel informatie over de huidige wet- en regelgeving. Daarnaast vindt u er een beschrijving van trends en voorbeelden van lopende projecten met betrekking tot onderwijshuisvesting. Ook vindt u daar de modelverordening en de in de tekst genoemde handreiking.

    www.besturenraad.nl
    De Besturenraad is het centrum voor bijzonder en christelijk onderwijs. Zij werkt voor managers, bestuurders en toezichthouders in alle sectoren van onderwijs. Daarnaast behartigt zij de belangen van haar leden bij andere overheden. Onder het kopje vo/producten downloaden vindt u:
    Modelverordening voorziening huisvesting onderwijs waarin bepalingen zijn opgenomen die van toepassing zijn op verhuur en medegebruik van leegstaande lokalen.
    Ruimtebehoeftemodel voortgezet onderwijs waarmee u uit kunt rekenen hoeveel vierkante meters u op basis van de prognose kunt krijgen en of u in aanmerking komt voor nieuwbouw.

    www.vo-raad.nl
    De VO-raad is een sectororganisatie en stelt zich tot doel de kwaliteit en de ontwikkeling van scholen in het voortgezet onderwijs te bevorderen.
     Onder het kopje thema’s vindt u informatie over huisvesting.

     

    print
  10. Hoe krijg ik zicht op het beleid van het mbo in mijn regio?
    Antwoord:

    Landelijke prioriteiten in het mbo voor de komende jaren zijn o.a.:

    • Invoering van competentiegericht leren en de consequenties daarvan voor verschillende beleidsterreinen, zoals het versterken van de samenwerking met het bedrijfsleven, de aansluiting van het onderwijs bij de vraag op de arbeidsmarkt, het bieden van flexibiliteit en maatwerk en de professionalisering van onderwijsgevenden.
    • Voorkomen van voortijdig schoolverlaten met daarbij passende maatregelen als het versterken van de begeleidings- en zorgstructuur en de samenwerking met het toeleverend onderwijs in de beroepskolom.
    • Leven lang leren met als thema’s het ontwikkelen van nieuwe combinaties van leren en werken, het bieden van EVC en maatwerk en het verzorgen van contractactiviteiten voor bedrijven.

    Elke mbo-instelling kiest daarbij zijn eigen invalshoek afhankelijk van de situatie, kansen en mogelijkheden in de eigen regio. Op de websites van de afzonderlijke mbo-instellingen is meestal aangegeven wat het algemeen beleid is en wat speerpunten zijn. U kunt er ook voor kiezen om persoonlijk contact te leggen met het ROC in uw regio.

     

    Tips:

    Een gemakkelijke manier om de internetadressen van de ROC’s in uw regio te vinden is via de website van de MBO Raad. Ook de contactgegevens van elk ROC vindt u via de website van de MBO Raad.

     

    Links:

    www.minocw.nl
    Op deze website van het ministerie van OCW vindt u alle informatie over het onderwijs: het onderwijsstelsel, de rol van OCW, de wet- en regelgeving en feiten en cijfers rond onderwijs. Bij het thema beroepsonderwijs kunt u o.a. informatie vinden over de strategische agenda, de niveaus van het mbo, de opzet van mbo-opleidingen, kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en vele andere zaken. De website heeft een zoeksysteem voor documenten, zoals nieuwsberichten, toespraken, publicaties, kamerstukken en beleidsonderzoeken.

    www.mboraad.nl
    De MBO Raad is de overkoepelende raad voor alle ROC’s en vakscholen. Op de site treft u o.a. een overzichtskaart aan met alle mbo-instellingen inclusief hun vestigingen met doorklikmogelijkheid naar de website van elke instelling. Verder een overzicht van adressen- en contactgegevens. Ook bevat de site een aparte rubriek met benchmarkgegevens van diverse jaren: ontwikkelingen en trends en vergelijkingen met andere onderwijssectoren wat betreft deelnemersaantallen (groei/krimp), deelnemerstevredenheid, doorstroomgegevens, rendement (percentage gediplomeerden) en budgetbesteding.

    www.mbo2010.nl
    Op deze site alles over de invoering van competentiegericht leren in het mbo: kwalificatiedossiers, regelgeving, praktijkvoorbeelden en thema’s als: onderwijskundige inrichting, beroepspraktijkvorming (BPV), examinering en diplomering, doorlopende leerlijnen, leer-, loopbaan- en burgerschapscompetenties (LLB), professionalisering en bedrijfsvoering.
     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Werken aan vakmanschap. Strategische agenda beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 2008-2011
    http://www.minocw.nl/documenten/81937_strategische_agenda.pdf
     

    print
  11. Welke financiële mogelijkheden (subsidies) zijn er voor de samenwerking van (beroeps)onderwijs en bedrijfsleven?
    Antwoord:

    Er zijn verschillende subsidiemogelijkheden voor de samenwerking van beroepsonderwijs en  bedrijfsleven, bijvoorbeeld:


    Beroepsonderwijs in bedrijf (BiB)
    Doel van de regeling Beroepsonderwijs in Bedrijf is de samenwerking te versterken tussen ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen om zo het leren in de praktijk te verbeteren. Het beroepsonderwijs moet aantrekkelijker worden en beter gaan aansluiten op de arbeidsmarkt met als eindresultaat een beter en hoger gekwalificeerde beroepsbevolking. Ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf (MKB) die samenwerken met een vmbo of mbo-instelling om het praktijkleren te verbeteren, kunnen subsidie aanvragen voor projecten. Meer info: http://www.senternovem.nl/beroepsonderwijsinbedrijf/index.asp.


    Belastingvoordeel voor ondernemers
    Voor ondernemers is het in sommige gevallen mogelijk fiscale voordelen te behalen. Het gaat hierbij dan vooral om de afdrachtvermindering loonbelasting en premies volksverzekeringen onderwijs. Op de site van de belastingdienst  www.belastingdienst.nl  kunt u onder zakelijk met de zoekterm “afdrachtvermindering onderwijs” een achttal categorieën personeel vinden, waarvoor zo’n afdrachtvermindering mag gelden.  Ook de volgende link is bruikbaar: http://www.belastingdienst.nl/zakelijk/loonheffingen/lb22_arbeidsrelaties/lb22_arbeidsrelaties-13.html.


    Subsidie Ondernemerschap en Onderwijs
    De subsidieregeling Ondernemerschap en Onderwijs geeft een financiële stimulans aan het onderwijs. De overheid wil op deze manier onderwijsinstellingen stimuleren om ondernemerschapsactiviteiten in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven in hun lesprogramma's op te nemen. Door het aanleren van de benodigde kennis, vaardigheden en houding wordt het ondernemersklimaat verbeterd. De overheid vindt het ondernemerschap van groot belang voor economische groei en de sociale samenhang van een samenleving. http://www.senternovem.nl/senternovem/financiele_steun/index.asp

    Pieken in de Delta
    Op basis van deze nota heeft het Ministerie van Economische Zaken voor de periode 2006-2010 zes regionale programma's opgesteld, in samenwerking met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en regionale overheid. Het centrale uitgangspunt is het stimuleren van gebiedsspecifieke economische ontwikkelingen, waar bijvoorbeeld een verbeterde arbeidsmarkt er één van is.
    De programma's worden gezamenlijk uitgevoerd en gelden voor zes Nederlandse gebieden: Noord-Nederland, Noordvleugel Randstad, Zuidvleugel Randstad, Zuidwest-Nederland, Zuidoost-Nederland en Oost-Nederland. Zie www.piekenindedelta.nl voor informatie over de subsidieregeling. 
     

    Links:

    www.overheid.nl en www.overheidsloket.nl
    De website www.overheid.nl kondigt zichzelf aan als ‘de wegwijzer naar informatie en alle diensten van alle overheden’. U kunt zoeken op gemeente, provincie of rijksoverheid, maar ook op thema, waaronder ‘onderwijs’ waarna u toegang heeft tot een schat aan informatie over o.a. schoolsoorten, subsidies, inspectie etc. etc. www.overheidsloket.nl is onderdeel van de eerste website.
    http://overheidsloket.overheid.nl/index.php?p=product&product_id=product&product_id=901233
    http://overheidsloket.overheid.nl/index.php?p=product&product_id=10068

    www.senterrnovem.nl
    Senternovem is een agentschap van het ministerie van Economische Zaken voor duurzaamheid en innovatie. Het agentschap coördineert diverse programma’s en subsidieregelingen op dit terrein. Naast informatie over deze programma’s en subsidieregelingen is veel informatie te vinden over projecten, publicaties en instrumenten.
    http://www.senternovem.nl/senternovem/financiele_steun/index.asp
    http://www.senternovem.nl/beroepsonderwijsinbedrijf/index.asp


    www.belastingdienst.nl
    Deze website biedt voor ‘ondernemers’ alle informatie over financiële regelingen rond stages en leerwerkbanen. Deze informatie kunt u vinden door in de zoekfunctie te zoeken op ‘leerlingen en stagiairs’ of op ‘afdrachtvermindering onderwijs’.

    www.piekenindedelta.nl
    Pieken in de Delta is de gebiedsgerichte economische agenda van Nederland. Bedoeling is bij te dragen aan de ambitie om van Nederland een concurrerende en dynamische economie te maken binnen een sterk en innovatief Europa. Pieken in de Delta stimuleert gebiedsspecifieke economische ontwikkelingen, o.a. door het verstrekken van subsidie. Op de site kan doorgeklikt worden naar de plannen voor de 6 regio’s.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    http://overheidsloket.overheid.nl
     

    print
  12. Welke financiële mogelijkheden (subsidies) bestaan er voor de samenwerking vmbo-mbo?
    Antwoord:

    Er zijn verschillende subsidiemogelijkheden voor projecten op het gebied van samenwerking vmbo-mbo:


    Subsidie innovatiearrangement
    Scholen of instellingen in het beroepsonderwijs kunnen ten behoeve van een samenwerkingsverband in aanmerking komen voor subsidie. Het doel van deze regeling is het ondersteunen en stimuleren van innovatiearrangementen. Een innovatiearrangement dient gericht te zijn op tenminste één van de volgende thema's: (1) het bevorderen van competentiegericht beroepsonderwijs, (2) het verbeteren van de aansluiting tussen de verschillende delen van het beroepsonderwijs en (3) de optimalisering van vernieuwing in het bedrijfsleven en het beroepsonderwijs door samenwerking. De thema's dienen te worden uitgewerkt in de volgende onderwerpen: instroom, doorstroom in de beroepskolom, aansluiting op de arbeidsmarkt, uitvalbeperking en talentontwikkeling. www.hetplatformberoepsonderwijs.nl


    Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008-2013
    Vanaf het schooljaar 2008-2009 start het experiment met geïntegreerde trajecten van vmbo en mbo niveau 2. Doel van de experimenten is om meer leerlingen hun startkwalificatie te laten halen op mbo-niveau 2. www.cfi.nl

     

    Links:

    www.hetplatformberoepsonderwijs.nl
    Op de website van Hét Platform Beroepsonderwijs vindt u alle informatie over de subsidieregeling rond het Innovatiearrangement. Daarnaast veel informatie over startende, lopende en al afgeronde projecten. U kunt o.a. zoeken onder projecten, good practices en kenniskringen.

    www.cfi.nl
    Op deze website vind u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW.  Er is ook een archief van alle oudere regelingen. Op de homepage staat een speciale rubriek ‘Samenwerking VO-BVE’, waar alle regelingen te vinden zijn die op dit thema betrekking hebben.

    www.overheid.nl en www.overheidsloket.nl
    De websitewww.overheid.nl kondigt zichzelf aan als ‘de wegwijzer naar informatie en alle diensten van alle overheden’. U kunt zoeken op gemeente, provincie of rijksoverheid, maar ook op thema, waaronder ‘onderwijs’ waarna u toegang heeft tot een schat aan informatie over o.a. schoolsoorten, subsidies, inspectie etc. etc. www.overheidsloket.nl is onderdeel van de eerste website. 

     

    print
  13. Hoe krijg ik inzicht in de knelpunten op de regionale arbeidsmarkt?
    Antwoord:

    Bedrijven hebben vaak moeite om vacatures te vervullen of voorzien dat zij in de nabije toekomst problemen zullen krijgen. Het gaat zowel om een kwantitatief als kwalitatief probleem. In het algemeen worden de opleidingseisen die aan beginnende beroepsbeoefenaren gesteld worden steeds hoger. Er ontstaat een gat tussen de behoefte op de arbeidsmarkt en de opleiding van jonge schoolverlaters. Hoe groot dit gat is verschilt per sector en per regio. Regionale informatie kan worden gevonden op de hieronder vermelde sites.

     

    Links:

    Technocentra: www.technocentra.nl

    Technocentra zijn intermediaire netwerkorganisaties die zich richten op het mede oplossen van regionale knelpunten die bestaan tussen het technisch (beroeps)onderwijs en het bedrijfsleven. Op de site zijn o.a. adres- en contactgegevens te vinden van de 14 Technocentra.

     

    Regionale platforms arbeidsmarkt: www.regionaalplatform.nl

    Homepage van de regionale platforms arbeidsmarkt. Deze pagina biedt een doorlinkmogelijkheid naar de websites van alle 22 regio’s. Op de regionale sites o.a. informatie over de arbeidsmarkt en samenwerkingsprojecten onderwijs – bedrijfsleven. Informatie kan gezocht worden door op sector (branche), thema en/of doelgroep te selecteren. Thema’s zijn bijvoorbeeld: arbeidsmarkt, (jeugd)werkloosheid, opleidingen en projecten.

     

    Kamers van Koophandel: www.kvk.nl

    Landelijke homepage van de Kamer van Koophandel. Hierop informatie over de thema’s: bedrijf starten, overdracht en overname, internationale handel, wetten en regels, handelsregister, branche-informatie en ondernemen in uw regio. De twee laatste items zijn voor dit doel het meest relevant.

    Branche-informatie: per branche informatie over brancheorganisaties, opleidingen, vakbladen en cijfers (aantal vestigingen, starters, opheffingen, groei omzet en groei werkgelegenheid). Bij ‘ondernemen in uw regio’ kan door het intypen van de eigen postcode o.a. informatie opgevraagd worden over het ondernemersklimaat en cijfers over de economische ontwikkeling. Er zijn o.a. cijfers beschikbaar over werkgelegenheid en verwachtingen voor het volgende jaar. De cijfers van de regio kunnen worden vergeleken met de landelijke cijfers.

     

    Rabobank Cijfers en trends: www.rabobank.nl/bedrijven

    De cijfers en trends van tachtig branches in het Nederlandse bedrijfsleven. Periodiek wordt de informatie geactualiseerd. Naast cijfers en trends ook kansen, bedreigingen en het brancheperspectief.

     

    MKB Nederland: www.mkb.nl

    MKB-Nederland is de werkgeversorganisatie van brancheorganisaties en regionale ondernemersverenigingen in het midden- en kleinbedrijf. De vereniging heeft als doel het creëren van een gunstig ondernemersklimaat. Haar activiteiten zijn gericht op het aantrekkelijker maken van het zelfstandig ondernemerschap. MKB-Nederland probeert dit doel te bereiken met belangenbehartiging en dienstverlening.

     

    Samenwerkende kenniscentra: www.colo.nl

    Site van de samenwerkende Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Op deze site o.a. informatie over de opbouw van het beroepsonderwijs (vmbo mbo), de kwalificatiestructuur en praktijkleren. Bij de algemene informatie staan steeds links voor meer informatie. Op de site is een apart thema ‘Arbeidsmarkt informatie’. Hier is onder meer de Colo-Barometer te vinden van het huidige, maar ook van de voorafgaande jaren met informatie over de stagemarkt. Ook zijn hier de jaarlijkse rapporten van de branches te vinden over de situatie op de arbeidsmarkt.

     

    Kans op werk:www.kansopwerk.nl en www.kansopstage.nl

    Beide sites geven een beeld van de toekomstmogelijkheden voor mbo’ers in de verschillende branches op stage en werk. Ook valt per kenniscentrum te lezen welke ontwikkelingen zij signaleren op de arbeids- en stagemarkt. De trends zijn gebaseerd op de meest recente arbeidsmarktonderzoeken.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Publicatie: De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2010, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt 2005 (PDF)

    print
  14. Wat zijn de verschillen tussen de oude examenprogramma's en de geglobaliseerde examenprogramma's?
    Antwoord:

    Een oud examenprogramma was opgebouwd uit exameneenheden, die allemaal waren onderverdeeld in meerdere eindtermen.Per leerweg was aangeven welke exameneenheden in het CE werden getoetst.De examenprogramma’s die vanaf 1 augustus 2007 gelden zijn globaler geformuleerd. Een exameneenheid bestaat in de meeste gevallen nog maar uit één eindterm, waarin de inhoud van de betreffende exameneenheid is samengevat.Een examenprogramma beslaat nu vaak niet meer dan een paar pagina’s. De inhouden van de geglobaliseerde programma’s zijn vrijwel gelijk aan de inhouden van de oude programma’s.

    Voor het CE is per vak of programma een syllabus opgesteld, waarin de eindtermen per exameneenheid in detail zijn beschreven. Er staat exact omschreven over welke exameneenheden en eindtermen het centraal examen in de komende jaren zal gaan. De syllabus vormt de basis voor het CE en is daarmee wel “verplichtend”. Voor het schoolexamen is door de SLO per vak en programma een handreiking geschreven, waarin de mogelijkheden worden beschreven, die de school heeft bij de eigen invulling. De handreiking is niet verplichtend. De school heeft meer vrijheden bij de invulling van het schoolexamen.

     

    Links:

    De geglobaliseerde examenprogramma’s en syllabi zijn te vinden op: www.examenblad.nl
    De handreikingen zijn te vinden op: www.slo.nl bij ‘Informatie over …’ en ‘vmbo’


    De examenprogramma’s en conceptsyllabi voor vmbo-groen zijn te vinden op de website van de CEVO (www.cevo.nl).
    Voor deze programma’s zijn nog geen handreikingen beschikbaar.
     

    print
  15. Welke uitbreiding van onderwijsvoorzieningen kan formeel worden geregeld in een RPO?
    Antwoord:

    In een RPO kunnen de volgende zaken worden geregeld:

    • verplaatsing van een vestiging van een school
    • vorming van een nieuwe nevenvestiging van een school
    • afsplitsing van een school(en) van een scholengemeenschap
    • toevoeging van afsluitend onderwijs aan een nevenvestiging
    • toevoeging van onderwijsaanbod in de gemengde leerweg
    • toevoeging van een nieuwe vbo afdeling aan het v(m)b

     

    Aanvragen voor omzetting, verplaatsing, samenvoeging en stichting van nevenvestigingen worden nu beoordeeld volgens art. 75 WVO in plaats van art. 72 WVO. Deze aanvragen worden vanaf nu geregeld in een regionale samenwerking en worden uitgewerkt in een RPO. Het ministerie toetst of het regionaal plan en de aanvragen voor aanpassing van het onderwijsaanbod voldoen aan de wettelijke voorwaarden. De minister bekostigt dergelijke aanpassingen, als regionale afspraken in een RPO zijn vastgelegd en er afstemming is geweest met het vervolgonderwijs, bedrijfsleven en betrokken gemeenten. Bovenstaande aanvragen worden op aanvraagformulieren als bijlage bij een RPO ingediend.

     

    Meer informatie:

    Vanaf medio augustus 2008 is op www.cfi.nl een stappenplan beschikbaar voor de aanvraag voor het stichten van een nieuwe school, het verplaatsen van een school en het vormen van een nieuwe nevenvestiging.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning:VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.

    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen."

    print
  16. Wat houdt competentiegericht onderwijs precies in?
    Antwoord:

    Competentiegericht onderwijs gaat er vanuit dat een beginnend beroepsbeoefenaar over bepaalde competenties moet beschikken om ‘startbekwaam’ te zijn voor de arbeidsmarkt. Een competentie is een combinatie van kennis, vaardigheden en houding. Denk bijvoorbeeld aan plannen en organiseren, maar ook het laten zien van vakdeskundigheid. Competentiegerichte opleidingen in het mbo zijn gebaseerd op  landelijk ontwikkelde en door de minister goedgekeurde  kwalificatiedossiers. Per opleiding wordt in het kwalificatiedossier beschreven welke competenties een beginnend beroepsbeoefenaar moet hebben, welke kerntaken en werkprocessen op dit beroep van toepassing zijn en welke indicatoren gebruikt worden om vast te stellen in hoeverre een deelnemer de gewenste competenties bezit. Ook bevat elk dossier een gedeelte over Leer-, Loopbaan- en Burgerschaps-competenties en algemene vakken als Nederlands, Rekenen / Wiskunde en moderne vreemde talen.

    Met de invoering van competentiegericht onderwijs speelt het mbo in op ontwikkelingen in het bedrijfsleven, waar competentiemanagement al enige jaren de basis voor het personeelsbeleid vormt.

    Competentiegericht onderwijs is géén onderwijsconcept. Onderwijsinstellingen mogen zelf bepalen hoe zij het onderwijs vormgeven.

     

    Tips:

    Als u meer wilt weten over de achtergronden van de invoering van competentiegericht onderwijs en de gewijzigde kwalificatiestructuur kunt u bijgaande brief (5 april 2007) lezen van de staatsecretaris van OCW Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart waarin zij hierover uitleg geeft.
    http://www.minocw.nl/documenten/10351.pdf.

     

    Links:

    www.colo.nl
    Site van de samenwerkende Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Op deze site o.a. informatie over de opbouw van het beroepsonderwijs (vmbo mbo), de kwalificatiestructuur en praktijkleren. Bij de algemene informatie staan steeds links voor meer informatie.

    www.kwalificatiesmbo.nl
    Op deze website (onderdeel van COLO)  kunt u alle kwalificatiedossiers vinden.

    www.mbo2010.nl
    Op deze site alles over de invoering van competentiegericht leren in het mbo: kwalificatiedossiers, regelgeving, praktijkvoorbeelden en thema’s als: onderwijskundige inrichting, beroepspraktijkvorming (BPV), examinering en diplomering, doorlopende leerlijnen, leer-, loopbaan- en burgerschapscompetenties (LLB), professionalisering en bedrijfsvoering.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    www.mbo2010.nl  www.minocw.nl
     

    print
  17. Welke 'good practices' bestaan er al rond de samenwerking vmbo/mbo en bedrijfsleven?
    Antwoord:

    Er bestaan al veel voorbeelden van projecten en ‘good practices’ in de samenwerking van beroepsonderwijs en bedrijfsleven. Op de hieronder genoemde websites zijn beschrijvingen en verwijzingen naar projecten te vinden.

     

    Links:

     

    www.hetplatformberoepsonderwijs.nl
    Op de website van Hét Platform Beroepsonderwijs vindt u veel informatie over startende, lopende en al afgeronde projecten. U kunt o.a. zoeken onder projecten, good practices en kenniskringen.

    http://www.senternovem.nl/beroepsonderwijsinbedrijf/Projecten/index.asp
    Als u bovenstaande link volgt komt u bij een lijst van projecten die subsidie hebben ontvangen via de BiB-regeling. Het gaat altijd om samenwerkingsprojecten onderwijs en bedrijfsleven (MKB).
     

    print
  18. Welke 'good practices' bestaan er al rond de samenwerking vmbo-mbo?
    Antwoord:

    Er bestaan talloze voorbeelden van ‘good practices’ in de samenwerking vmbo-mbo. De meeste betreffen de ontwikkeling van doorlopende leerlijnen. Op de hieronder genoemde websites zijn beschrijvingen en verwijzingen naar relevante projecten te vinden.

     

    Links:

    www.hetplatformberoepsonderwijs.nl
    Op de website van Hét Platform Beroepsonderwijs vindt  u alle informatie over de subsidie-regeling rond het Innovatiearrangement. Daarnaast veel informatie over startende, lopende en al afgeronde projecten. U kunt o.a. zoeken onder projecten, good practices en kenniskringen.

    www.voortijdigschoolverlaten.nl
    Op deze website van het ministerie van OCW vindt u veel informatie over voorbeeldprojecten op het brede terrein van voortijdig schoolverlaten, dus ook over samenwerkingsprojecten vmbo en mbo.

    www.durvendelendoen.nl
    Deze website is speciaal bedoeld voor het delen van kennis en ervaring over innovaties in het gehele voortgezet onderwijs. De site biedt een overzicht van concrete vernieuwingsprojecten, met mogelijkheid om verder door te linken.
     

    print
  19. Welke ruimte hebben wij voor de invulling van ons schoolexamen?
    Antwoord:

    De exameneenheden van de schoolexamens zijn globaal geformuleerd. Dit biedt scholen veel mogelijkheden tot maatwerk voor de leerlingen, voor de school en de eigen regio. Scholen kunnen zelf bepalen hoeveel tijd zij besteden aan een onderwerp binnen een exameneenheid. Men kan daardoor bij een vak tijd besparen. De vrijkomende tijd kan de school gebruiken om exameneenheden van andere programma’s of onderdelen die de school zelf heeft ontwikkeld in samenwerking met de regio aan te bieden. Deze tijd kan ook gestoken worden in extra begeleiding voor leerlingen met een leerachterstand.
    Scholen kunnen een exameneenheid bovendien inkleuren vanuit een bepaalde visie of identiteit, bijvoorbeeld als cultuurschool of sportschool. Of een regionale inkleuring geven, bijvoorbeeld de programma’s Handel & administratie of Intersectoraal meer invullen vanuit de wensen  van de toeristische sector in de regio.

     

    Links:

    De SLO heeft handreikingen voor verschillende vakken en programma’s ontwikkeld en heeft daarbij een nieuwsbrief geschreven over de nieuwe mogelijkheden van de globaal geformuleerde schoolexamens: http://www.slo.nl
     

    Voor de geglobaliseerde examenprogramma’s: www.examenblad.nl
     

    Voor de examenprogramma’s van vmbo groen: www.cevo.nl
     

    print
  20. Wat moet via een aparte bijlage van een RPO bij OCW worden aangevraagd?
    Antwoord:

    Het jaarlijks overzicht (ontwerp Plan van Scholen) is vervallen. Bij OCW moet worden aangevraagd:

    • het stichten van een nieuwe school of schoolsoort;
    • het splitsen van een school in twee gelijksoortige scholen;
    • het aanvragen van een lwoo-licentie voor een school of schoolsoort of uitbreiding van een bestaande licentie.


    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief van alle oudere regelingen. U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO: VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008
    Vervolgens kunt u tevens downloaden:

    • Aanvraagformulier en de toelichting: ‘stichting nieuwe school of scholengemeenschap’; ‘splitsing school of scholengemeenschap’.
    • Aanvraagformulier: ‘ex artikel WVO voor aanvraag nieuwe licentie LWOO of verbreding bestaande licentie LWOO/leerwegondersteunend onderwijs’.


    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008
    en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.

     

    print
  21. Welke regels zijn er voor stages en buitenschools leren en op welke wijze kan de stage worden vormgegeven in vmbo en mbo?
    Antwoord:

    Vmbo

    Buitenschools leren
    Voor de inzet van buitenschools leren binnen het vmbo bestaat geen specifieke wet- of regelgeving. Wel zijn veel scholen bezig met experimenten of vernieuwingen op dit terrein. Good practices zijn te vinden op de volgende websites www.adviesgroepvmbo.nl, www.vmbo-platform.nl en www.schoolvoorbeelden.nl

    Stages
    In de gemengde, de kaderberoepsgerichte en basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo kan de leerling in het derde en vierde leerjaar stage lopen in de beroepsgerichte vakken. Er is geen maximum in het aantal uren of dagen. Het doel, de inhoud, omvang, opbouw en organisatie van de stage moeten worden beschreven in een stageplan. Dit stageplan maakt deel uit van het schoolwerkplan. De leerling sluit met de school en het leerbedrijf een stageovereenkomst. Stage wordt niet als werk gezien maar als een onderdeel van een voltijdopleiding. Wel moet de leerling zich aan de arboregels houden, bijv. het maximum aantal werkuren per dag, het werken met gevaarlijke apparaten of stoffen, etc.

    Leerwerktraject
    De basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo kan ingericht worden als  een leerwerktraject. Hierbij kan de leerling een deel van het onderwijsprogramma van het derde en vierde leerjaar als stage of leerwerktraject volgen bij een bedrijf of instelling. De school is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het leerwerktraject, zowel in als buiten de school. De school maakt afspraken met scholen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo) over de doorstroming van leerlingen en met de bedrijven over de inhoud van het ‘buitenschoolse’ programma. De overheid stimuleert de deelnemende bedrijven door een leerwerkplek fiscaal aantrekkelijk te maken. De landelijke kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven beoordelen welke bedrijven geschikt zijn voor leerwerkplekken.

    Mbo
    In het mbo heeft een deelnemer de keuze uit twee leerwegen:  de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en de beroepsopleidende leerweg (BOL). In de BBL heeft de deelnemer een baan en volgt daarnaast één of twee dagen scholing voor het behalen van een kwalificatie. De verhouding is minimaal 60% praktijk en maximaal 40% school. In de BOL volgt de deelnemer een opleiding op school en doet praktijkervaring op via één of meerdere stages. De verhouding ligt op minimaal 60% school en 40% praktijk. Aan de leerbedrijven voor mbo’ers worden eisen gesteld. 

    Erkende stageplaatsen
    Bedrijven die vmbo-leerwerktrajecten of mbo-stageplaatsen aanbieden dienen erkend te zijn. Deze erkenning is door OCW verplicht gesteld om te mogen opleiden in de praktijk, onder andere met het oog op kwaliteitszorg. Bedrijven dienen een verzoek tot erkenning in bij het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven van de branche behorend bij de aangeboden stage / leerwerkbaan. De aanmelding wordt vervolgens beoordeeld. Als het bedrijf wordt erkend dan wordt het opgenomen in het – openbaar toegankelijke - bedrijvenregister. Daar zijn 185.000 erkende leerbedrijven te vinden. Sommige kenniscentra hebben een speciale website waar vraag en aanbod van mbo-stages bij elkaar gebracht worden.
     

     

    Tips:

    Specifieke informatie over arboregels vindt u door onderstaande link te volgen: http://www.arboportaal.nl/
     

     

    Links:

    Een overzicht van bedrijven met leerwerkplekken kunt u vinden op de website van de Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven:

     

    www.colo.nl
    Site van de samenwerkende Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Op deze site o.a. informatie over de opbouw van het beroepsonderwijs (vmbo mbo), de kwalificatiestructuur en  praktijkleren. Bij de algemene informatie staan steeds links voor meer informatie. Op de site is een apart thema ‘Arbeidsmarkt informatie’. Hier is onder meer de Colo-Barometer te vinden van het huidige, maar ook van de voorafgaande jaren met informatie over de stagemarkt. Ook zijn hier de jaarlijkse rapporten van de branches te vinden over de situatie op de arbeidsmarkt.

    www.stagemarkt.nl
    Site met alle erkende leerbedrijven voor vmbo en mbo.

    www.kansopstage.nl en www.kansopwerk.nl
    Beide sites geven een beeld van de toekomstmogelijkheden voor mbo’ers in de verschillende branches op stage en werk. Ook valt per  kenniscentrum te lezen welke ontwikkelingen zij signaleren op de arbeids- en stagemarkt. De trends zijn gebaseerd op de meest recente arbeidsmarktonderzoeken.

    www.stagevinden.nl
    Deze site brengt vraag en aanbod van mbo-stages bij elkaar. Erkende leerbedrijven bieden stageplaatsen aan, waar leerlingen op kunnen solliciteren.
    De site is een initiatief van de kenniscentra ECABO en Calibris.

    www.arboportaal.nl
    Op deze website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt u alle informatie en wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden, zoals veilig werken, schadelijke stoffen, fysieke en psycho-sociale belasting.
     

    print
  22. Hoe wordt in het mbo in mijn regio gewerkt? Welke werkvormen? Wat is het onderwijsconcept? Hoe is de examinering geregeld?
    Antwoord:

    Competentiegericht onderwijs
    Alle mbo-instellingen zijn op dit moment bezig met de ontwikkeling en invoering van competentiegericht onderwijs. De verplichte invoeringsdatum is 1 augustus 2010. Competentiegericht leren is geen onderwijsconcept. Wel spelen bij elk ROC een aantal thema’s een belangrijke rol, zoals de vormgeving van praktijkgericht onderwijs, de zelfstandigheid en zelfsturing van de deelnemer, de mate waarin individuele leertrajecten en maatwerk geboden worden, de inrichting van de (studie)loopbaanbegeleiding en de examinering. Elke mbo-instelling maakt hierin haar eigen keuzes, vaak afhankelijk van de regionale situatie. Op de websites van de mbo-instellingen is meestal aangegeven hoe het onderwijs er in het algemeen geregeld is. Daarnaast kunnen er verschillen bestaan tussen de verschillende sectoren en zelfs tussen opleidingen.

    Examinering
    Het mbo kent  op dit moment nog geen centrale landelijke examens. De verantwoordelijkheid voor de examens ligt bij de afzonderlijke mbo-instellingen. Daarbij wordt meestal nauw samengewerkt met de kenniscentra. Met het oog op de invoering van competentiegericht leren zijn de ROC’s bezig met een heroriëntatie op examinering. De bedoeling is dat het examen praktijkgerichter wordt dan voorheen. Ook zoeken de ROC’s de samenwerking met het bedrijfsleven. De vorm van examinering zal in de meeste gevallen bestaan uit een combinatie van toetsvormen, waarvan het portfolio en de proeve van bekwaamheid veelal deel uit maken. De kwaliteit van de examinering wordt bewaakt door de landelijke Inspectie van het onderwijs.
    Het ministerie van OCW is voornemens om een deel van het mbo-examen te centraliseren, te beginnen met Nederlands en Rekenen/ Wiskunde. Colo en de MBO Raad hebben het voorstel gedaan om te komen tot examenprofielen, waarin onderwijs en bedrijfsleven afspraken vastleggen over de (standaardisering van) examinering per kwalificatiedossier.
    De wijze van examinering kan nu nog per ROC en zelfs per opleiding verschillen. Voor informatie kunt u terecht op de websites van de betreffende ROC’s. Verder kunt u natuurlijk altijd in gesprek gaan met de betreffende mbo-instelling om antwoord te vinden op uw vraag.
     

    Tips:

    Een gemakkelijke manier om de internetadressen van de mbo-instellingen in uw regio te vinden is via de website van de MBO Raad. Ook de contactgegevens vindt u via de website van de MBO Raad.

     

    Links:

    www.mboraad.nl
    De MBO Raad is de overkoepelende raad voor alle ROC’s en vakscholen. Op de site treft u o.a. een overzichtskaart aan met alle mbo-instellingen inclusief hun vestigingen met doorklikmogelijkheid naar de website van elke instelling. Verder een overzicht van adressen- en contactgegevens. Ook bevat de site een aparte rubriek met benchmarkgegevens van diverse jaren: ontwikkelingen en trends en vergelijkingen met andere onderwijssectoren wat betreft deelnemersaantallen (groei/krimp), deelnemerstevredenheid, doorstroomgegevens, rendement (percentage gediplomeerden) en budgetbesteding.

    www.minocw.nl/examensmbo/
    Via deze link  vindt u recente informatie over examens in het mbo.
    www.minocw.nl/documenten/6342c.pdf
     

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    www.mboraad.nl

    print
  23. Welke mogelijkheden bieden de geglobaliseerde programma's voor integratie van avo en beroepsgerichte vakken?
    Antwoord:

    Zowel de programma’s van avo-vakken als de beroepsgerichte vakken zijn geglobaliseerd. De onderwerpen in het schoolexamendeel van de avo-vakken kunnen nu meer ingekleurd worden door relevante kennis en vaardigheden uit de beroepspraktijk. Zo kan de ontwikkeling van kinderen ook bekeken worden vanuit het werken in een kinderdagverblijf.
    Onderdelen van spreekvaardigheid van Nederland kunnen ook geoefend worden bij de presentaties van gemaakte opdrachten door leerlingen tijdens de beroepsgerichte uren.
    Scholen zijn vrij in de wijze van de beoordeling van het SE. Het hoeft niet altijd een schriftelijke toets te zijn. Keuzes voor andere beoordelingsvormen, zoals het maken van verslagen of het geven van een presentatie over een bepaald onderwerp kunnen sneller leiden tot integratie van avo- en beroepsgericht, bijvoorbeeld een presentatie over het bezoek aan verzorgingstehuis of kinderdagverblijf (afdeling Verzorging) of het belang van een goede houding bij tillen van cliënten (biologie).
    Scholen moeten bij integratie van vakken wel duidelijk aangeven welk onderdeel van de toetsing meetelt bij welk vak.Dit geldt zeker voor de avo-vakken, die als zelfstandig vak binnen de examenregeling zijn opgenomen en waarbij in het PTA ook concreet moet worden aangegeven hoe het SE-cijfer tot stand gekomen is.

     

    Links:

    De SLO heeft een notitie geschreven over mogelijkheden van integratie van de belangrijkste sectorvakken: http://www.slo.nl.

    print
  24. Wat kan - buiten een RPO om- bij OCW worden aangevraagd of worden aangemeld?
    Antwoord:
    • Een tijdelijke nevenvestigingen kan worden aangevraagd in verband met het voorzien in tijdelijke huisvestingsbehoefte (max. 15 jaar) van een hoofd- of nevenvestiging. Het begrip tijdelijke nevenvestiging komt in de plaats van dislocatie. Voorwaarde voor een tijdelijke  nevenvestiging is dat deze minder dan 3 km is gelegen van de betreffende hoofd- of nevenvestiging. Leerlingen op de nevenvestiging worden apart geteld. Een tijdelijke nevenvestiging dient tijdig (voor 1 mei) van een schooljaar aan CFI te worden gemeld.
    • Bij samenvoegingen van scholen of nevenvestigingen blijven licenties van afdelingen en schoolsoorten voor de betrokken vestigingen zonder meer gehandhaafd. Terugplaatsing naar de hoofdvestiging, zoals vroeger geregeld, is niet meer nodig.
    • Voor de omzetting van bijzonder naar openbaar onderwijs kan worden volstaan met een melding bij CFI. De omzetting van openbaar onderwijs naar bijzonder onderwijs in dezelfde schoolsoort moet worden aangevraagd op basis van art. 70, eerste lid WVO bij de minister. Daarnaast is nog een positief advies van de provincie nodig.     

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief van alle oudere regelingen. 
    U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO: VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008.
     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204  d.d. 8 juli 2008.
    en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.
     

    print
  25. Welke mogelijkheden voor beroepenoriëntatie, keuzebegeleiding en leerlingbegeleiding kent het mbo in mijn regio?
    Antwoord:

    Loopbaanoriëntatie
    Elke ROC hanteert wel de formule van een open dag of een informatieavond waarbij leerlingen met hun ouders zich kunnen oriënteren op een toekomstige opleiding. Daarnaast bieden mbo-instellingen de leerlingen van vmbo-scholen in hun regio vaak de mogelijkheid om proeflessen te volgen of op een andere manier met de school kennis te maken (in schoolverband).
     
    Keuzebegeleiding
    Wanneer de leerling niet weet aan welke opleiding hij/zij wil beginnen of niet weet welk beroep hij/zij interessant vindt, kan deze doorgaans hierbij ondersteund worden door een studie(loopbaan)adviseur. Ook als men al is ingeschreven en van opleiding wil veranderen, of als men na diplomering aan een vervolgstudie wilt beginnen is hulp mogelijk. Er zijn mbo’s waar men de leerlingen in de eerste weken in een soort carrouselmodel laat kennismaken met de verschillende mogelijkheden.

    Leerlingbegeleiding
    De meeste mbo-instellingen hebben de leerlingbegeleiding verdeeld in zogenaamde ‘eerstelijns’-begeleiding door de docent, de mentor en/of een studieloopbaanbegeleider en een ‘tweedelijns-begeleiding’ in de vorm van een studieloopbaancentrum, trajectbureau of studenten service centrum. In deze centra is de meer specialistische ondersteuning georganiseerd, zoals keuzebegeleiding en maatschappelijk werk. Sommige mbo-instellingen bieden ook ondersteuning op schuldhulpverlening, huisvesting of psychiatrische problematiek. Alle mbo-instellingen voeren gericht beleid op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Informatie over de ROC’s in uw regio vindt u op de websites van de betreffende instellingen. Verder kunt u natuurlijk altijd in gesprek gaan met de betreffende mbo-instelling om antwoord te vinden op uw vraag.

     

    Tips:

    Een gemakkelijke manier om de internetadressen van de mbo-instellingen in uw regio te vinden is via de website van de MBO Raad. Verder kunt u natuurlijk altijd in gesprek gaan met betreffende MBO instelling om antwoord te vinden op uw vraag of om een voorstel voor samenwerking in deze te doen. Ook de contactgegevens vindt u via de website van de MBO Raad.

     

    Links:

    www.mboraad.nl
    De MBO Raad is de overkoepelende raad voor alle ROC’s en vakscholen. Op de site treft u o.a. een overzichtskaart aan met alle mbo-instellingen inclusief hun vestigingen met doorklikmogelijkheid naar de website van elke instelling. Verder een overzicht van adressen- en contactgegevens. Ook bevat de site een aparte rubriek met benchmarkgegevens van diverse jaren: ontwikkelingen en trends en vergelijkingen met andere onderwijssectoren wat betreft deelnemersaantallen (groei/krimp), deelnemerstevredenheid, doorstroomgegevens, rendement (percentage gediplomeerden) en budgetbesteding.

    www.voortijdigschoolverlaten.nl
    Op deze website van het ministerie van OCW vindt u informatie over zaken als de kwalificatieplicht, het afsluiten van convenanten met onderwijsinstellingen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en zorg op school (o.a. Zorg Advies Teams (ZAT)) en Centra voor Jeugd en gezin.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    www.mboraad.nl

     

    print
  26. Welke mogelijkheden bieden de geglobaliseerde programma's voor de invulling van de stage en buitenschools leren?
    Antwoord:

    De school bepaalt bij reguliere stages zelf de omvang van de stage. Zelfs de beperking van de maximale omvang van 60 lesuren in het derde leerjaar is uit het inrichtingsbesluit geschrapt. Scholen hebben zo meer mogelijkheden om binnen- en buitenschools leren in het derde leerjaar te combineren.Alleen bij de leerwerktrajecten en de niveau 1 mbo-opleidingen binnen het vmbo zijn er eisen voor de omvang van de stages of beroepspraktijkvorming. De inhoud van de stage was altijd al vrij, mits vastgelegd in een stageovereenkomst. Scholen zijn nu vrijer om onderdelen van het beroepsgerichte programma, bijvoorbeeld door middel van een stage of andere vormen van buitenschools leren een meer regionale inkleuring te geven.

     

    Links:

    In het besluit van 17 februari 2007 (Staatsblad  2007, nr. 94) is bij Wijziging Inrichtingsbesluit(blz. 4) het nieuwe aantal uren stage in het derde leerjaar
    vmbo vastgesteld. http://www.examenblad.nl/9336000/1/j9vvhinitagymgn_m7mvh57glijc7x5_n11vga3db3c9od5/vhrlczd6ctsg/f=/stb2007-94.pdf
     

    Voor de uren stage en bpv voor leerwerktrajecten en niveau 1-opleidingen mbo zie onderdeel Onderwijsvormgeving-Stage bij: http://watmoetenwatmag.adviesgroepvmbo.nl
     

    De stage in het vmbo is geregeld via artikel 31 tot en met 36 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. Zie www.wetten.nl. 
     

    print
  27. Welke eisen worden gesteld om het vmbo met een van de vijf nieuwe vmbo programma uit te breiden?
    Antwoord:

    De nieuwe vmbo programma`s (Techniek-breed, ICT-route, Sport dienstverlening en veiligheid, Technologie in de GL en Intersectoraal) hoeven niet meer te worden aangevraagd in een RPO indien de school een vbo-licentie bezit. Er zijn alleen specifieke inhoudelijke voorwaarden waar u zich aan dient te houden. Te weten:

    1. Voor uitbreiding met een intrasectoraal programma zijn de twee onderliggende vbo-afdelingslicenties noodzakelijk.

    2. Voor de aanvraag van een intersectoraal programma is ten minste de licentie van één afdeling in twee onderliggende sectoren nodig.

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief van alle oudere regelingen.  U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO:VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.
     

    print
  28. Op welke wijze wordt de kwaliteit van de schoolexamens gewaarborgd?
    Antwoord:

    Schoolleiders zijn verantwoordelijk voor de schoolexamens en de afname van de centrale examens. De inhoud en regeling van het schoolexamen moet beschreven worden in het Programma voor Toetsing en Afsluiting (PTA) en in het examenreglement van de school. Er is echter geen wet- of regelgeving die scholen verplicht een kwaliteitsbeleid te hebben voor de schoolexamens. De inspectie hecht in haar toezichtfunctie wel steeds meer waarde aan goed ontwikkelde en georganiseerde schoolexamens. In de kwaliteitsagenda ‘Afspraken voor een beter voortgezet onderwijs 2008-2011’ hebben de VO-raad en het ministerie van OCW een aantal beleidsprioriteiten gesteld, waaronder ‘goede en betrouwbare examens’.
    De bewaking van de kwaliteit van de (school)examens speelt ook een rol bij de samenwerkingsconstructies vmbo-mbo, die nu mogelijk zijn. Zowel bij de invoering van niveau 1 als van niveau 2 mbo-opleidingen binnen het vmbo blijft het mbo voorlopig zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling en kwaliteit van de examens en examinering. Het spreekt vanzelf dat ook bij andere samenwerkingsconstructies, die leiden tot vrijstellingen of verkorte leertrajecten, het mbo duidelijke eisen zal stellen aan de toetsing en beoordeling van de leerlingen op de betreffende onderdelen van de opleiding.
    Eén van de middelen om de kwaliteit van de schoolexamens te bevorderen is het betrekken van vervolgonderwijs en bedrijfsleven bij de toetsing en beoordeling van relevante onderdelen van het schoolexamen.

     

    Meer informatie:

    De LPC hebben in 2004 een scan voor het schoolexamen ontwikkeld. De scan is een instrument voor schoolmanagers om het proces van examinering of delen daarvan binnen de school kritisch te bekijken. De scan focust vooral op het beleids- en procesniveau van schoolexamens. U kunt de scan hier downloaden

     

    Links:

    Enkele organisaties hebben materialen of instrumenten ontwikkeld, die gebruikt kunnen worden om de kwaliteit van de schoolexamens te verhogen.


    De VO-raad heeft protocollen voor het centraal examen en checklisten voor het schoolexamen opgesteld die als handvat kunnen dienen bij de bewaking van de kwaliteit. Van checklisten voor het Examenreglement of PTA tot en met het protocol “Ziek of onpasselijk worden tijdens een centraal examen’. http://www.vo-raad.nl/onderwijskwaliteit/Schoolontwikkelinginnovatie/Examens/protocollen-en-checklisten


    Ook het Cito heeft een instrument ontwikkeld om zelf de kwaliteit van de schoolexamens te onderzoeken. http://www.cito.nl/pend/vo_exo/eind_fr.htm
     

    Afspraken voor een beter voortgezet onderwijs 2008-2011.

    In deze kwaliteitsagenda hebben de VO-raad en het ministerie van OCW beleidsprioriteiten gesteld, waaronder ‘goede en betrouwbare examens’.
    http://www.minocw.nl/documenten/49542a.pdf
     

    print
  29. Welke eisen worden gesteld om het vmbo met een geheel nieuw vmbo programma uit te breiden?
    Antwoord:

    Het aanvragen van een nieuw programma, bijvoorbeeld specifiek gericht op een regio, is mogelijk via de bestaande regelgeving (WVO, artikel 25 en 29, zesde lid). Uit het onderzoek van de Adviesgroep vmbo (‘Ruimte gewaarborgd’) is gebleken dat de meeste nieuwe programmavoorstellen technisch gezien ondergebracht kunnen worden in de bestaande programmastructuur (inclusief de vijf nieuwe reguliere vmbo-programma’s). De huidige programma’s met de globaal geformuleerde exameneenheden bieden veel mogelijkheden om het onderwijs school- of regiospecifiek in te vullen. De verwachting is dat het ministerie slechts in hoge uitzonderingen nieuwe programma’s zal toestaan.

     

    Links:

    www.adviesgroepvmbo.nl
    “Ruimte gewaarborgd”, maart 2008   
    http://www.adviesgroepvmbo.nl/images/stories/ruimte_gewaarborgd_-_adviesgroep_vmbo_-_26_maart_2008.pdf

    “Voortvarend vmbo”, mei 2006     
    http://www.adviesgroepvmbo.nl/images/stories/voortvarend_vmbo.pdf

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    WVO artikel 25 en 29, zesde lid
     

    print
  30. Is het nog steeds verplicht om twee sectorvakken aan te bieden?
    Antwoord:

    Voor elke sector zijn twee sectorvakken vastgesteld, die centraal geëxamineerd worden. In de reactie van de minister op het advies van de Adviesgroep vmbo heeft de minister toegezegd actie te zullen ondernemen om te komen tot één verplicht sectorvak. Daartoe moet de Wet op het Voortgezet Onderwijs worden gewijzigd. De verwachting is dat dit in de loop van het schooljaar 2008-2009 zal gebeuren. De beperking tot één verplicht sectorvak geldt dan pas voor die leerlingen die in het schooljaar 2009-2010 starten in het derde leerjaar van het vmbo.
    Het huidige tweede sectorvak wordt dan een keuzevak, waardoor de scholen meer ruimte krijgen om hun onderwijsaanbod aan te passen aan de wensen van de leerlingen of van hun omgeving.

     

    Links:

    Reactie minister op adviesgroep vmbo:http://www.minocw.nl/documenten/39171.pdf
     

    Gebruikt bronmateriaal:

    WVO: artikel 10 en 10b.

    print
  31. Welke eisen gelden als een school binnen een RPO een vbo-afdeling wil splitsen, verplaatsen of samenvoegen?
    Antwoord:

    Een vbo- afdeling splitsen, verplaatsen, samenvoegen of toevoegen behoeft niet meer de toestemming van de minister en kan in een RPO worden geregeld.

     

    Meer informatie:

    Vanaf medio augustus 2008 is op www.cfi.nl een stappenplan beschikbaar voor de aanvraag voor het stichten van een nieuwe school, een verplaatsing of het vormen van een nieuwe nevenvestiging.

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief van alle oudere regelingen. U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO:VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008. Hier kunt u tevens het Aanvraagformulier en de toelichting voor een voorziening i.h.k.v. een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (bijlage 6) downloaden.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.

     

    print
  32. Welke eisen gelden als een school binnen een RPO een nevenvestiging vbo of een mavo/theoretische leerweg wil toevoegen aan een havo/vwo scholengemeenschap?
    Antwoord:

    De toevoeging van een mavo/theoretische leerweg aan een havo/vwo scholengemeenschap dient te voldoen aan de (oude) stichtingsnorm van 65 leerlingen per leerjaar en kan dan binnen een RPO worden aangevraagd.

     

    Meer informatie:

    Vanaf medio augustus 2008 is op www.cfi.nl een stappenplan beschikbaar voor de aanvraag voor het stichten van een nieuwe school, een verplaatsing of het vormen van een nieuwe nevenvestiging.

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief van alle oudere regelingen. U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO: VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008. Hier kunt u tevens het Aanvraagformulier en de toelichting voor een voorziening i.h.k.v. een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (bijlage 6) downloaden.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.

    print
  33. Blijven vmbo-licenties - verkregen binnen een RA - geldig na invoering van de wet- en regelgeving van een RPO?
    Antwoord:

    Een RA is per 1 augustus 2008 automatisch omgezet in een RPO.Licenties van vmbo-programma`s verkregen binnen een RA zijn daarin meegenomen. Na afloop van de looptijd (max. 5 jaar) van een RA/RPO, dienen de gemaakte afspraken opnieuw te worden bevestigd. Indien gemaakte afspraken uit een RA/RPO niet worden herbevestigd of worden aangepast, dan verliezen de eerder verkregen licenties hun geldigheid.

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW.Er is ook een archief van alle oudere regelingen. U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO: VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008. Hier kunt u tevens het Aanvraagformulier en de toelichting voor een voorziening in het kader van een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (bijlage 6) downloaden.

     

    Gebruikt bronmateriaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.
     

    print
  34. Wat gebeurt er als de 5 jaarstermijn van een RPO is afgelopen?
    Antwoord:

    Na 5 jaar eindigt de bekostiging voor verkregen licenties indien niet opnieuw een RPO is afgesloten of inmiddels voldaan wordt aan de norm van het stichten van een nieuwe school of schoolsoort.

     

    Links:

    www.cfi.nl
    Op deze website vindt u alle nieuwe regelingen, wijzigingen op bestaande regelingen en voorlichtingspublicaties van het ministerie van OCW. Er is ook een archief van alle oudere regelingen. U zoekt naar: Regeling voorzieningenplanning VO:VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008.Hier kunt u tevens het Aanvraagformulier en de toelichting voor een voorziening in het kader van een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (bijlage 6) downloaden. 
     

    Gebruikt materiaal:

    Cfi-regeling voorzieningenplanning VO/B&B/2007/26204 d.d. 8 juli 2008 en de wet voorzieningenplanning VO*.
    * De wet heet voluit: “Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen”.
     

    print
  35. Wat heb ik nodig om tot goede huisvesting te komen?
    Antwoord:

    Als er veranderingen optreden in het aantal leerlingen, de onderwijsrichtingen of de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden, dan vraagt dit om een aanpassing van de beschikbare huisvesting. Het is daarom van het grootste belang dat huisvestingsbeleid gebaseerd is op het onderwijsbeleid en de daarin verwachte ontwikkelingen.


    Natuurlijk is het daarnaast ook mogelijk dat nieuwbouw of verbouw de ontwikkeling van de organisatie en van het onderwijs ook een belangrijke impuls geven. Verbouw en nieuwbouw maken andere onderwijswerkvormen mogelijk.  Concentratie van verschillende opleidingen kan ertoe leiden dat nieuwe mogelijkheden ontstaan voor het onderwijsaanbod.


    Bij plannen tot nieuw of verbouw is het goed om te weten wat het lokale beleid op dat gebied is. Daarnaast is het goed om in kaart te brengen wat de school zelf wil.
    Over de volgende zaken moet u gegevens verzamelen om nieuw- of verbouw te beginnen:
    1.    Gemeentelijk beleid op het gebied van huisvesting
    2.    Leerlingenprognoses op middellange en lange termijn (via de gemeente beschikbaar)
    3.    Huidige huisvestingssituatie (aantal m2 in kaart brengen)
    4.    Imago (aanzien van de school in de omgeving)
    5.    Onderwijsconcept
    6.    Ruimtebehoefte
    7.    Mogelijkheid van alternatieve financiering
    8.    Financieel beleid van de school


    Bij het opstellen en ontwikkelen van plannen op het gebied van huisvesting zijn drie niveaus te onderscheiden:

    • Strategisch: richtinggevend aan de lange-termijnontwikkelingen (3 tot 20 jaar);
    • Tactisch: vormgevend aan de wijze waarop het strategische beleid in de komende tijd wordt gerealiseerd (1 tot 5 jaar);
    • Operationeel: concreet aangeven welke activiteiten en projecten in de komende periode worden gerealiseerd (0 tot 1 jaar).


    Het strategische deel van het huisvestingsbeleid maakt onderdeel uit van het instellingsbeleid. In dit instellingsbeleid wordt een streefbeeld voor de huisvesting vastgelegd. Dit streefbeeld is richtinggevend en bevat meestal geen exacte doelstellingen. Het instellingsbeleid wordt, indien er geen schoksgewijze veranderingen optreden, elke 2 – 4 jaar opgesteld.


    Het tactische deel wordt vastgelegd in het (integraal) huisvestingsplan. Hierin wordt aangegeven hoe het streefbeeld wordt vertaald in een huisvestingsscenario. Het gaat daarbij om een beschrijving van de projecten die moeten worden gerealiseerd en welke eisen aan de huisvesting moeten worden gesteld. Het huisvestingsplan wordt iedere 2 tot 3 jaar bijgesteld.


    De operationele plannen bestaan uit het projectenplan voor eenmalige activiteiten (ver- of nieuwbouwprojecten) en het continue huisvestingsproces (onderhoudsprojecten). Tevens wordt per project aangegeven wat het beschikbare budget is.

     

    Links:

    www.ruimteinderegio.nl 
    Deze site maakt vmbo-scholen wegwijs in de mogelijkheden om nieuwe onderwijsprogramma’s te ontwikkelen of bestaande programma’s regionaal te verankeren. In het hoofdstuk onderwijsinvulling vindt u bij ‘fysieke ruimte en inrichting’ informatie, instrumenten en modellen waarmee u uw onderwijsvisie kunt doorvertalen naar ver- en nieuwbouw.

    www.onderwijshuisvesting.nl
    Deze site geeft u antwoorden op uw vraagstukken in alle sectoren van het onderwijs. Op deze site vindt u concrete voorbeelden van verbouwde of nieuwe vmbo- scholen gerangschikt naar de thema’s

    www.onderwijspaleis.nl
    Deze site bevat kerngegevens van veel schoolbouwprojecten in het hele land.
    Op basis van diverse gegevens als leerlingaantal, soort school en plaats vindt u concrete informatie over alle aspecten rond bouwen.
     

     

    print